Lichaamstaal

“Boodschap die wordt overgebracht door (onwillekeurige) lichaamsbewegingen e.d.,
niet door het gesproken woord.”

Heldere definitie van Van Dale. Dat onwillekeurige is herkenbaar. Hoeveel sprekers ik niet gezien heb die met hun lichaamstaal iets totaal anders uitdrukten dan met hun woorden. Niet opzettelijk. Stoere verhalen met de handen voor het kruis. Losse opmerkingen met een verkrampt gezicht. Urgente boodschappen  vanuit een laconieke pose. Voor de meesten is lichaamstaal per definitie onwillekeurig. Als je ze er op wijst blijken ze het zelf niet in de gaten gehad te hebben.  Dachten ze lekker op dreef te zijn, wordt alle aandacht van de zaal naar het constante handengewring op buikhoogte gezogen. Of naar het onrustige heen en weer  lopen over het podium, als een tijger in een kooi. Toeschouwers zien het en gaan zich allerlei voorstellingen maken van de gemoedstoestand van de spreker. Oók onwillekeurig.

Maar Van Dale belicht slechts één kant van de zaak. Lichaamstaal is méér dan het overbrengen van een boodschap aan anderen. Er is nóg een heel belangrijke ontvanger. De spreker zelf.  Lichaamstaal beïnvloedt ook onze eigen gemoedstoestand als we op een podium staan. Niet voor niets kiezen we vaak de meest comfortabele houding als we iets moeten zeggen. Doen we díe dingen met ons lichaam waardoor we ons veilig voelen. Blijven bewegen bijvoorbeeld. Armen over elkaar klemmen. Handenwrijven. Niemand echt aankijken. Op één been leunen. Allemaal lichaamstaal waarmee we die beproeving  – want dat is spreken voor publiek voor bijna iedereen –  denken te kunnen doorstaan.  Maar de prijs die we betalen voor dit mentale comfort is hoog. Verhaal en lichaamstaal lopen uiteen (incongruentie in trainerstaal), de zaal krijgt een dubbele boodschap en haakt af. Wat te doen?

Kijk eens op TED.com naar het optreden van Amy Cuddy. Een sociaal psychologe, die onderzoek doet naar lichaamstaal, macht en invloed. Lichaamstaal is niet alleen van invloed op hoe anderen ons zien, zegt ze, maar ook  op de manier waarop we naar onszelf kijken. Zelfs onze hormoon-huishouding veranderen we door andere houdingen aan te nemen. Voorbeeld. We onderscheiden twee basale houdingen: hoge status (groot, breed, recht, armen opengespreid) en lage status (in elkaar gedoken, smal, armen binnen de eigen contouren). De eerste is een overwinningshouding, de tweede ziet eruit als piekeren. Volgens onderzoek van Amy neemt bij mensen die een hoge statushouding aannemen, binnen 2 minuten de hoeveelheid testosteron (power) in het lichaam toe en de hoeveelheid cortisol (stress) af. Bij de lage statushouding is het precies andersom.  Kort gezegd: wie breed staat voelt zich na verloop van tijd breed en sterk, wie smal staat zal zich eerder wat klein en angstig voelen. ‘t Is net als bij een ouder experiment: wie vrolijk is gaat lachen. Maar wie lacht gaat zich daardoor ook vrolijk voelen.

Nu werkt Amy aan Harvard Business School en daar houden ze van knip-en-klare onderzoeks-resultaten en oplossingen. De praktijk, zeker op Nederlandse podia, is vaak wat anders. Wij zijn hier niet zo gek op stoere poses en ook niet altijd gecharmeerd van die winnaarsmentaliteit. Maar het is zeker de moeite waard om eens bij jezelf na te gaan welke houding je aanneemt als je je sterk voelt. Hoe je erbij staat als je iemand iets heel belangrijks vertelt. Wat je met je lichaam doet als je, in minder spannende omstandigheden dan voor een volle zaal, de aandacht van mensen wil hebben. Wat je met je armen doet als je echt op je gemak bent. Onderzoek het, schrijf het op en pas die houdingen eens toe als je moet spreken.

Laatst trainde ik een interessante vrouw, die slechts met de grootst mogelijke tegenzin groepen mensen toesprak. En dan duizend doden stierf. Maar ja, het moest nu eenmaal. En dat was te zien aan hoe ze stond en sprak. Alsof ze het liefst in zichzelf wilde verdwijnen. Toen ik informeerde of ze wel eens het tegenovergestelde deed, namelijk de aandacht op zichzelf vestigen en luid-en-duidelijk zijn, zei ze: “jazeker, als ik mijn man voor de zoveelste keer zeg dat hij nu metéén de afwas moet doen.” En toen ik haar vroeg hoe ze dan stond zei ze: “wijdbeens en handen in mijn zij.”

Mijn advies aan haar laat zich raden.

 

Sir Ken

Pak pen en papier, kijk naar Ken Robinson op ted.com en schrijf op wat hij goed doet als spreker.  Ik kom tot 19 pluspunten. Van rustig spreektempo en juiste nadrukken leggen tot sterke timing. Maar over zijn belangrijkste presentatievaardigheid zou je bijna heen kijken. Omdat die even sterk als vanzelfsprekend is. Zo effectief dat je ‘m eigenlijk niet meer ziet.

Robinson spreekt over zijn favoriete onderwerp: hoe ons onderwijssysteem de werkelijke creati-viteit van kinderen om zeep helpt. Vanaf de eerste minuut is duidelijk dat hij ons écht iets wil vertellen. Dat het niet zomaar een praatje is, maar een verhaal waar je naar moét luisteren. Hij is een grootheid op het gebied van onderwijs en creativiteit en is daar zelfs voor geridderd. Maar dat is op zich nog geen reden om op het puntje van je stoel te gaan zitten.

 Sir Ken maakt grapjes en schotelt ons interessante vergelijkingen voor. Kijkt de mensen in de zaal echt aan. Komt met prachtige citaten. Durft zo nu en dan stilte zijn. Denkt met ons na over wat hij zegt. Allemaal erg indrukwekkend. Maar waardoor weet je al vanaf het begin van zijn betoog dat het menens is? Dat je naar iets wezenlijk belangrijks luistert? Dat je wil blijven luisteren tot hij klaar is?

Voor deze grootheid onder de TED sprekers is die vaardigheid nóg vanzelf-sprekender dan voor ons. Het kost hem aanzienlijk minder moeite dan andere sprekers. Zijn nadeel is een voordeel gebleken. Het polio-virus, dat hem als 4-jarig jongetje bijna volledig verlamde, heeft van hem de rest van zijn leven een moeizame  loper gemaakt. En dus staat hij liever stil. Op twee benen. In het midden van het podium. Van begin tot eind.

Stilstaan is niet iets wat we vaak doen. We leven in een wereld van beweging. Van drukke agenda’s. Van afspraak naar afspraak. Van werk naar huis naar vrienden. Van 24 uur per dag, 7 dagen per week. Geen tijd te verliezen. Onrust. Blijven bewegen. Maar wie stil staat onttrekt zich daaraan. Die vindt bewegen niet belangrijk, maar juist het stilstaan. Stilstaan bij een gedachte, een mening of een verhaal. Stilstaan ervaren we als een teken dat een spreker echt iets wil vertellen.

Die 18 andere sterke punten van Sir Ken Robinson maken zijn optreden nog indrukwekkender. Maar met stip op één: stilstaan.